Advocaat inhuren voor incasso

Wanneer uw klanten hun facturen niet betalen heeft dit nefaste gevolgen voor uw onderneming.

Hoewel er een onderscheid dient te worden gemaakt tussen een aantal categorieën van klanten, is de kans groot dat u vroeg of laat zicht tot de rechtbank zult moeten wenden wanneer openstaande facturen na herhaaldelijke rappels niet betaald worden.

Als u de stap zet om een advocaat in te huren voor uw incassodossiers, kunt u hier uiteraard voor terecht bij ons kantoor die hierin gespecialiseerd is.

Naargelang het dossier, gaan wij voor een bepaald incassotraject kiezen.

Zo kan er getracht worden alsnog de debiteur te overtuigen vrijwillig tot betaling over te gaan. In andere dossiers wordt er gedagvaard, dit om geen kostbare tijd te verliezen.

U dient er rekening mee te houden dat een incassoprocedure een aantal weken of maanden in beslag kan nemen.

Zeker in internationale incassodossiers is het van belang om snel maatregelen te nemen.

Dankzij het Europees betalingsbevel kunt u een beslissing uitlokken van een Belgische rechtbank en deze beslissing rechtstreeks in het land van herkomst van uw debiteur uitvoeren zonder in het buitenland een lange, dure procedure te moeten voeren in een door uw onbekende taal.

Om u zo veel als mogelijk in te dekken, kan het belang van goed opgestelde algemene (factuur) voorwaarden niet voldoende benadrukt worden.

Vooral het bevoegdheidsbeding en het schadebeding zijn essentieel.

Met een bevoegdheidsbeding zorgt u ervoor dat u steeds kunt procederen voor de lokale rechtbank, ook al werden goederen in het buitenland geleverd of diensten in het buitenland gepresteerd.

Via het schadebeding zorgt u ervoor dat naast de hoofdsom de debiteur die nalaat tijdig uw facturen te betalen een boete zal dienen te betalen ter compensatie van de door u geleden schade. Samen met de nalatigheidsinteresten die ook voorzien kunnen worden in uw algemene voorwaarden zorgt dit ervoor dat de kosten voor u relatief beperkt blijven ingeval u tot incasso dient over te gaan.

Onze ervaren team van advocaten staat volledig te uwer beschikking om u bij te staan zowel op het vlak van incasso als wat voor het opstellen van optimale algemene voorwaarden.

Hervorming van justitie en gerechtelijke achterstand

Heuglijk nieuws in de wandelgangen van justitie want er zou eindelijk werk worden gemaakt van de gerechtelijke reorganisatie.

Het kernkabinet heeft immers het licht op groen gezet voor een hervorming van het gerechtelijk landschap. Ze houdt in dat het aantal gerechtelijke arrondissementen daalt van de huidige 27 naar twaalf. Die vallen samen met de tien provincies, Eupen en Brussel. Er is ook sprake van een subarrondissement in Henegouwen, waar Charleroi een eigen procureur des konings krijgt.

Bedoeling zou zijn dat magistraten flexibeler zouden kunnen worden ingezet daar waar de noden het hoogst zijn.

Is dit nu de copernicaanse revolutie van Vrouwe Justitia in België?

Ik heb daar mijn twijfels over. Immers klagen alle arrondissementen over een gebrek aan personeel. Tien jaar geleden zei men al dat de gerechtelijke achterstand aangepakt zou worden. In de praktijk is hier bitter weinig van te merken.

In Brugge heb ik een aantal dossiers lopende voor de Raadkamer die meer dan 5 keer na elkaar uitgesteld werden om vervolgens onbepaald te worden uitgesteld. Ook in Brussel en Dendermonde zijn in Burgerlijke zaken opeenvolgende uitstellen geen uitzondering.

Na het débacle van het Phoenix-project (De databanken van alle rechtbanken en parketten in België zouden op elkaar afgestemd worden om in één enkel systeem geïntegreerd te worden. Er werden miljarden uitgegegeven en uiteindelijk werd het project naar de prullenmand verwezen) wil ik best geloven in de mooie woorden van onze nieuwe minister van justitie, doch enkel nadat er resultaten op het terrein merkbaar zullen zijn.

Bouwrecht: Een apart gegeven in de juridische wereld

Maanden of jaren na het uitvoeren van een bouwwerk kunnen er soms gebreken opduiken. Belangrijk is dan om na te gaan bij wie de verantwoordelijkheid ligt en op wiens kosten ze bijgevolg hersteld kunnen worden. Dat is niet altijd even evident.
Zowel de aannemer als architect zijn gebonden aan de tienjarige aansprakelijkheid voor hun aandeel in het bouwproject. Op deze foto is de isolatie niet goed aangebracht.

Regelmatig onderhoud
Problemen door slijtage of slecht onderhoud vallen binnen de verantwoordelijkheid van de bouwheer. Voor het verzuimen van regelmatig onderhoud kan je dus niet de aannemer of architect aansprakelijk stellen.
Tienjarige aansprakelijkheid
Op bouwspecialisten ( architect, (onder)aannemer en studie- of controlebureaus) rust een tienjarige aansprakelijkheid voor gebreken in bouwwerken als die:

  • ernstig zijn en een bedreiging inhouden voor de stevigheid van het gebouw op korte of lange termijn,
  • een  gebouw of een groot onroerend werk aantasten dat één geheel vormt met het gebouw,
  • het gevolg zijn van een fout van een bouwspecialist,
  • verborgen zijn.

Let op dat in het contract de aansprakelijkheid niet beperkt wordt. Tien jaar is de algemene regel.

Ernstig gebrek
Niet iedereen interpreteert het begrip ernstig gebrek op dezelfde manier. Scheuren in de gevel, vorstschade aan pannen of gevelstenen, verregaande vochtproblemen, het ontbreken van uitzettingsvoegen, verkeerde funderingen zijn typische voorbeelden van gebreken die als ernstig aanzien worden in tegenstelling tot bijvoorbeeld condensatie in dubbele beglazing, akoestische problemen of problemen met de bevloering.

Licht gebrek

Aannemer en architect zijn ook verantwoordelijk voor lichte verborgen gebreken. Dit zijn gebreken die niet konden ontdekt worden tijdens de voorlopige oplevering, maar die geen gevaar vormen voor de stabiliteit van (een deel van) de woning. Toch moet het probleem voldoende groot zijn zodat men het – indien het zichtbaar was – niet zou hebben aanvaard tijdens de oplevering.
Typische voorbeelden: een gebrekkige geluidsisolatie, condensatie in dubbele beglazing, buizen met een te kleine diameter of een te klein verval,…
Een typisch voorbeeld van een licht verborgen gebrek is condensatie in dubbele beglazing.
Over de termijn waarbinnen een bouwspecialist verantwoordelijk blijft voor lichte gebreken, is niet iedereen het eens. Volgens sommigen geldt ook hiervoor een termijn van tien jaar, maar dat staat niet wettelijk vast zoals bij de tienjarige aansprakelijkheid.
De aansprakelijkheid kan in het contract trouwens ook beperkt worden tot bijvoorbeeld één jaar. Een clausule die natuurlijk niet interessant is voor de bouwheer en eventueel kan aangevochten worden voor de rechtbank. Als er zich een dergelijk probleem voordoet, moet je alleszins binnen een redelijke termijn de aannemer of de architect daarvan op de hoogte stellen.

Verborgen gebrek

Onder verborgen gebrek verstaat men een gebrek dat niet zichtbaar was op het ogenblik van de definitieve oplevering. Bovendien moet het gaan om een gebrek dat niet kon worden ontdekt door een aandachtig persoon met een normale kennis van de regels van het vak.

Expertise

Om aan te tonen dat de fout effectief bij een bouwspecialist ligt, is een expertise nodig. Dan heb je uitsluitsel over welke partij je moet aanspreken. Er zijn verschillende types van fouten:

  • de uitvoering beantwoordt niet aan de regels van het vak,
  • de uitvoering is niet conform het lastenboek,
  • er is sprake van een conceptie- of berekeningsfout,
  • er zijn ondeugdelijke materialen gebruikt.

Vanaf wanneer geldt tienjarige aansprakelijkheid?
Een belangrijk twistpunt is vanaf wanneer de aansprakelijkheid effectief begint te lopen. Als er maar één oplevering is geweest, loopt de aansprakelijkheid vanaf die oplevering. Is er een dubbele oplevering voorzien, dan wordt meestal aangenomen dat de aansprakelijkheid begint op het ogenblik van de definitieve oplevering. Herstellingswerken die uitgevoerd worden in het kader van deze aansprakelijkheid doen een nieuwe termijn van tien jaar lopen.
Heeft u zelf een vraag in verband met bouwrecht, contacteer de specialisten van Peterfreund & Associates.

Over de wet continuïteit

In barre economische tijden krijgen ondernemingen vaak te maken met tijdelijke moeilijkheden. In het verleden kon een beroep worden gedaan op de figuur van het gerechtelijke akkoord. Uit de praktijk is echter gebleken dat de overgrote meerderheid van de gerechtelijke akkoorden uiteindelijk uitmondden in een faillissement.
Bij wet van 31 januari 2009 over de continuïteit van ondernemingen heeft de wetgever een einde gemaakt aan het gerechtelijke akkoord en een aantal nieuwe mogelijkheden in het leven geroepen voor ondernemingen die geconfronteerd worden met moeilijkheden van voorbijgaande aard. Deze wet is in voege getreden op 1 april 2009.

Zoals gezegd verdwijnt het gerechtelijk akkoord en wordt het vervangen door een procedure van gerechtelijke reorganisatie. Met deze procedure wil men, onder toezicht van een rechter, de continuïteit van de onderneming in moeilijkheden behouden of een deel van haar activiteiten vrijwaren. Als schuldenaar bestaan er daardoor drie mogelijkheden om opschorting te verkrijgen:

  • door een minnelijk akkoord te bereiken met de schuldeisers.
  • door een akkoord te bereiken over een reorganisatieplan.
  • door de onderneming of haar activiteiten geheel of gedeeltelijk onder gerechtelijk gezag over te dragen aan derden.

De nieuwe wetgeving biedt tevens de mogelijkheid om deze drie mogelijkheden te combineren. Voor de ene activiteit kan gekozen worden voor een overdracht en voor de andere activiteit voor een reorganisatieplan.

Met toestemming van de rechtbank kan de schuldenaar eveneens de doelstellingen wijzigen. Indien een minnelijk akkoord niet mogelijk blijkt, kan men overstappen naar een reorganisatieplan of naar een overdracht onder gerechtelijk gezag, enzovoort.

Voorwaarden

In vergelijking met het gerechtelijk akkoord zijn de voorwaarden duidelijk versoepeld. De nieuwe procedure kan gestart worden zodra de continuïteit van de onderneming bedreigd is, mogelijk zelfs pas op termijn. De wet stelt het vermoeden in dat de continuïteit van een rechtspersoon alleszins bedreigd is wanneer het netto-actief minder bedraagt dan de helft van het maatschappelijk kapitaal.

Zelfs wie in staat van faillissement is, kan nog een procedure opstarten, bv. wanneer kan aangetoond worden dat de procedure voor de gemeenschap of de schuldeisers voordeliger is dan een klassiek faillissement.

Er kan evenwel niet naar hartelust gebruik gemaakt worden van deze procedure. Wie minder dan drie jaar geleden al een gerechtelijke reorganisatie heeft verkregen, zal enkel nog een nieuwe procedure kunnen opstarten voor een gerechtelijke overdracht.

Wenst u meer informatie over deze procedure, neem dan contact op met ons advocatenkantoor in Antwerpen. Wij zullen u graag hierin adviseren.

Huurdersrechten: Uithuiszetting tijdens de winter

  • Wie regelmatig zittingen bijwoont van één of andere Vredegerecht ten lande kan het belang van huurrecht in ons rechtstelsel moeilijk onderschatten.
    Een groot deel van de geschillen waarover een Vrederechter tegenwoordig moet oordelen heeft immers betrekking op huurrecht.
    De stijgende levensduurte heeft er voor gezorgd dat steeds meer huurders niet meer in staat zijn hun maandelijkse huur te betalen. Tot voor kort diende een eigenaar/verhuurder die zijn huurder uit het pand wenste te zetten,  een zogenaamde uitdrijving of uithuiszetting, diende verplicht zijn huurder voor het Vredegerecht te laten oproepen voor een zogenaamde zitting minnelijke schikking. Het was alsdan de bedoeling dat de Vrederechter een bemiddelingspoging tussen partijen zou ondernemen.
  • Minnelijke schikkingen

    Uiteindelijk diende vastgesteld te worden dat deze procedurele tussenschakel volstrekt contraproductief was nu het volstond dat één van de partijen niet kwam opdagen om een proces-verbaal van niet verzoening te laten opstellen door de Vrederechter om vervolgens ten gronde te kunnen dagvaarden. Een andere mogelijkheid was dat de verhuurder van meet af aan meegaf geen enkele toezegging te zullen doen. Ook in dat geval werd onmiddellijk een proces verbaal van niet-verzoening opgemaakt waarna de verhuurder de huurder ten gronde kon dagvaarden. Uiteindelijk heeft ook de wetgever ingezien dat je partijen niet kan verplichten zich te verzoenen en werd deze maatregel ingetrokken zodat inzake huurrecht er geen verplichte verzoeningspoging ondernomen diende te worden.

  • Huurrecht: Vrederechters verschillen

    Jammer genoeg dient vastgesteld te worden dat er nog steeds zeer grote verschillen bestaan tussen de rechtspraak inzake huurrecht van de Vrederechters in België. Voor sommigen volstaat een achterstal van één maand om een overeenkomst te ontbinden lastens de huurder. Voor anderen is een achterstal van zes maand amper voldoende. Een ding is tot op heden wel zeker: eens de Vrederechter de overeenkomst ontbonden heeft en de uithuiszetting heeft bevolen, kan de huurder maar beter uitkijken naar een andere woonst om te vermijden op straat gezet te worden.

  • Huurderswet over de grens

    Niet zo in Frankrijk. Bij onze buren is immers al een aantal jaren een maatregel van toepassing waarbij in de winterperiode (tussen november en maart) geen enkele huurder verplicht kan worden het gehuurde goed te verlaten ongeacht zijn financiële draagkracht. In België is een dergelijke maatregel echter (nog) niet van kracht. Dit lijkt ons ook de logica nu het niet aan de privé-verhuurder is om een functie van sociale woonst te verstrekken. De particulier mag immers nooit de dupe worden van de onmacht van de overheid om een adequaat sociale huisvestingsbeleid te voeren.

  • Heeft u vragen over huurrecht? Peterfreund & Associates Advocaten te Antwerpen kunnen u steeds voorzien van juridisch advies. Bezoek onze website voor meer informatie over Peterfreund & Associates of neem contact met ons op.